Vruchtbaarder MD in het mbo:

Meester in Leidinggeven



Het mbo staat voor de uitdaging om competentiegericht onderwijs tot een succes te maken. Goed leiderschap is daarbij een van de belangrijkste succesfactoren. Op dit moment zetten de meeste instellingen zelf programma's voor leiderschapontwikkeling op, zonder te profiteren van kennis elders, of zonder expliciet te bekijken wat het rendement ervan is. In de praktijk sluiten die programma's vaak te weinig aan bij de dagelijkse praktijk op school. De mbo-raad onderkent dit probleem en zet in op verdere professionalisering van leiderschap in het onderwijs (Prof 2010). In dat kader startte deze zomer Meester in Leidinggeven. Ton Martens van trainings- en adviesbureau People do Change zette het programma op en betrok Peter Zomer erbij.

Actieonderzoek
Ton Martens en Peter Zomer kozen voor actieonderzoek, een aanpak waarbij de deelnemers medeonderzoekers worden. De onderzoekers gaan aan de slag met de oplossing van een praktisch probleem. Voor Meester in Leidinggeven was dit de vraag 'hoe zorgen wij voor vruchtbaar MD?' Het idee is dat actieonderzoek nieuwe oplossingen oplevert als je de kennis en ervaring van de deelnemers in hun eigen instelling (lokale kennis of good practices) combineert met wetenschappelijke inzichten (globale kennis) en deze kennis toetst in de praktijk. Door op deze manier samen te leren ontstaat bij de deelnemers veel inzicht in de werking van de gekozen oplossingen. Een bijkomend voordeel is dat ze elkaar leren kennen, wat de banden tussen verschillende mbo-instellingen kan verstevigen.

Deelnemende mbo-instellingen

1. Arcus College
2. Da Vinci College
3. Deltion College
4. Graafschap College
5. ROC Aventus
6. ROC de Leijgraaf
7. ROC Flevoland
8. ROC Midden Nederland
9. ROC Tilburg


Inspirerende zoektocht
In de vier bijeenkomsten tot nu toe zijn de achttien deelnemers (afkomstig uit het College van Bestuur, HRM of HRD van de deelnemende mbo-instellingen) op zoek gegaan naar succesfactoren van MD-programma's. Ze voerden inspirerende gesprekken met elkaar over gedragsontwikkeling van leidinggevenden, verzamelden informatie over hun eigen MD-traject en gaven elkaar daar feedback over. Ook kregen ze theorie, onder andere in de vorm van colleges over management development en strategisch talent management van Prof. Lidewey van der Sluis van Nijenrode.

Ontwerpprincipes
Op basis van al die informatie stelden ze elf leidende principes voor een vruchtbaar MD vast, zoals 'toets de uitkomsten van het leertraject, beoordeel de verandering in gedrag en houding'of 'zorg voor veel betrokkenheid van het College van Bestuur'. Het laatste principe kan bijvoorbeeld helpen voorkomen dat deelnemers wegblijven bij het MD-traject wanneer ze het druk hebben: als ze zich moeten afmelden bij een lid van het CvB, zullen ze dat minder snel doen.

Uitvoeren en evalueren
Vanaf komend voorjaar gaan de instellingen aan de slag om hun MD-programma's met de ontwerpprincipes aan te scherpen en de verbeterde trajecten uit te voeren en te toetsen op hun werking. Ze kunnen bij deze pilot de hulp inroepen van elkaar en van de docenten. Na afloop worden de verbeterde MD-trajecten (kwalitatief) geëvalueerd en geven de deelnemers elkaar opnieuw feedback.

Resultaat
Bij afronding van het project hebben de deelnemende instellingen (praktijk)kennis over het ontwerpen van vruchtbare en werkbare MD programma's. Deze kennis is generaliseerbaar naar de hele sector en andere sectoren in het onderwijs. Daarom zal het project uitmonden in publicaties in onderwijs(kundige )tijdschriften. We houden u de komende tijd op de hoogte van de vorderingen van Meester in Leidinggeven.

Terug naar de nieuwsbrief

Naar de website van Zomer & Cornelissen